Winter, lange , bijzondere Winter, jij mag nu wel gaan
met je gure wind, sneeuw en oeroude eiken die zijn blijven staan.
Winter, lieve Winter, met je diepe spiegelingen steeds weer,
waardoor ik die andere mens, dier en mijzelf nog waardevoller eer.
Winter, verborgen, geborgen, koesterend in het verstillen,
bescherming, omhulling wat zou ik nog wensen en willen.
Want Winter jij bent het die mij draagt, in al die Donkere Dagen,
tot het moment dat de Nacht gaat vervagen.
Dan voorzichtig komt het Licht, dag na dag voller in kracht,
en jij Winter weet, dat de Lente gaat komen in al zijn pracht.
Dank je wel lieve bijzondere, intense Winter-Tijd,
jou te mogen ontmoeten, geeft mij geen spijt.
Ik heb in jou mogen rusten, verdiepen tot groei van mijn eigen Kristal,
die komende Lente fonkelen en stralen zal.

